Agentic engineering · vergelijking

Twee manieren om een agentic pipeline te schalen

Links de skill-map pipeline: 25 skills, één voordeur, elf vaste fasen per container. Rechts hoe onze agent-fleet draait. Beide zetten agents aan het werk — ze schalen alleen in een andere richting.


Waar de twee systemen uiteenlopen
Dimensie Skill-map pipeline 25 skills, /intake → /commit Onze agent-fleet parallelle lanes, CI als poort
Schaalt via Diepte — elf fasen achter elkaar, per container Breedte — tientallen agents naast elkaar, ~100 PR's per dag
Rol van de mens Harde stop bij vrijwel elke fase-overgang Richting en uitzonderingen; geen goedkeuring per fase
Poort naar main Menselijke GO/NO-GO na een vijfvoudige review CI groen → auto-merge, met een reviewer-agent ervoor
Eenheid van werk Eén taak per component, één taak = één commit Eén kleine, omkeerbare PR per lane
Contract vooraf Formele requirements en een scenariocatalogus vóór de code Tests eerst, plus een coverage-poort per wijziging
Wijziging doorvoeren Impact berekenen uit een versie-graaf, dan gericht hergenereren Klein houden en snel terugdraaien in plaats van vooraf uitrekenen
Waar het knelt De mens — elke fase wacht op zijn akkoord De machine — CI-capaciteit en reviewdoorvoer

Wat beide al delen: een geïsoleerde worktree per stuk werk, tests als contract, gespecialiseerde subagents voor onderzoek, review en implementatie, en een vastgelegd spoor van genomen beslissingen.

De kern van het verschil: die pipeline schaalt door één weg heel grondig te maken en de mens bij elke overgang te laten tekenen; wij schalen door veel wegen tegelijk te openen en de poort door CI te laten bewaken. Dat maakt hun aanpak sterker waar één fout duur is, en de onze sneller waar volume telt — want een mens die elke fase moet aftekenen, is bij honderd PR's per dag precies de rem.

Skill-map pipeline Onze agent-fleet Gedeelde fundamenten